Een korte overweging bij Hosea 4:13–14 waarin de schrijver beschrijft hoe mensen op bergen en onder eiken afgoden en seksuele rituelen vereren in plaats van God. De tekst legt een verband tussen romantische, schaduwrijke plaatsen en religieuze ontucht, en waarschuwt voor de morele en sociale gevolgen.
De toepassing richt zich op de vraag of we goed zorgen voor onze dochters en schoondochters en of onze samenleving geestelijk gezond is, of we niet zelf bijdragen aan hun kwetsbaarheid door God niet werkelijk te kennen.
Version: 20241125
No comments yet. Be the first to say something!